De Sportlaan in Giethoorn staat in de steigers. De warmtepomp wordt er niet in de tuin geplaatst, maar op het dak. Voor woningcorporatie Wetland Wonen, installateur Feenstra en bouwbedrijf Vinke Vastbouw vroeg dat om een oplossing die bouwkundig klopt en onderhoudstechnisch logisch blijft.
Klaar voor de toekomst
Het project in Giethoorn maakt deel uit van een grootschalige verduurzamingsopgave van 586 woningen in Zwartewaterland en Steenwijkerland. Woningen uit eind jaren zestig worden opgewaardeerd van label C (en in sommige gevallen zelfs G) naar A++. De integrale aanpak bestaat uit dak-, spouw- en vloerisolatie, vervanging van glas, plaatsing van een hybride warmtepomp, CO₂-gestuurde ventilatie en zonnepanelen. De dakopstelling Makera van Breman Installatiefabriek vormt daarin een logische schakel. De hybride warmtepomp fungeert als tussenstap richting volledige elektrificatie in 2050. Bouwkundig is de woning daar straks al op voorbereid. Als de cv-ketel is afgeschreven, kan een all-electric oplossing in dezelfde kap geplaatst worden ter vervanging van de hybride warmtepomp.
Van eerdere dakopstelling naar nieuwe keuze
Wetland Wonen werkt sinds 2020 met hybride opstellingen op het dak, die worden aangesloten door Feenstra. “De eerste dakkap die we plaatsten was niet van Breman, maar van een ander merk. Daar hebben we veel van geleerd,” vertelt Herman Kip, senior technisch adviseur bij Feenstra. In de praktijk bleek vooral service en onderhoud een kritisch punt. “In de markt zijn oplossingen bedacht waarbij je met een hoogwerker moet komen om erbij te kunnen. Dat is voor ons een no-go. Wat als er ’s avonds laat een storing optreedt? Een servicemonteur moet service en onderhoud kunnen uitvoeren zonder aanvullende voorzieningen.”
Condensvorming
Wetland Wonen werkt met vaste samenwerkingsverbanden met bouwbedrijven Salverda en Vinke Vastbouw. Deze werden logischerwijs ook nauw betrokken bij de zoektocht naar een alternatief. Harm Russcher, bedrijfsleider bij Vinke Vastbouw, noemt de sparing in het dak “bouwkundig wel een dingetje”. Hij legt uit welke bouwfysische consequenties zwaar wogen. Russcher: “Je maakt een doorbraak in de kap. Dan moet isolatie, dampremming en waterdichting gewoon 100 procent kloppen. Als de isolatie niet goed doorloopt, krijg je temperatuurverschillen in de constructie. En dus condens.” Ook dat was een les uit de praktijk.
Hoogste score
Het service en onderhoud én de condensvorming werden leidend bij de zoektocht naar een alternatief. In bouwteamverband werden verschillende fabrikanten bezocht. Vanuit de verschillende disciplines zijn criteria aangedragen die elk een bepaalde score vertegenwoordigden. De Makera kwam daarbij als winnaar uit de bus. “Doorslaggevend was dat de kap naar achteren kan bewegen, waardoor je volledige bewegingsvrijheid krijgt bij servicewerkzaamheden. Dat maakt echt het verschil,” aldus Herman Kip. Harm Russcher vult daarop aan: “Met de keus voor de Makera hebben we samen naar het ontwerp gekeken. Hoe loopt de isolatie door? Hoe is de afwatering geregeld? Dat is vooraf uitgewerkt. Daardoor hebben we nu geen last van condensvorming.”
Service als ontwerpeis
Voor Feenstra is onderhoud geen bijzaak, maar een randvoorwaarde. “Wij accepteren alleen installaties voor onderhoud die voldoen aan onze servicecriteria. Dat betekent: veilig bereikbaar, goed toegankelijk en zonder onnodige risico’s voor monteurs. De kap wordt zo gepositioneerd dat een monteur rechtopstaand onderhoud kan uitvoeren.” Daarom werden al in een vroeg stadium ook servicemonteurs betrokken bij de beoordeling, zowel vanuit Feenstra als vanuit Breman. “We hebben samen aan tafel gezeten, ook bij de Installatiefabriek, om dit soort details door te spreken.”
Op het eerste gezicht lijkt dat opvallend, aangezien Feenstra en Breman in sommige regio’s ook als concurrenten opereren. Kip relativeert dat beeld: “We komen elkaar bij meerdere corporaties tegen. Dan verwacht de opdrachtgever juist dat je samen optrekt en niet elkaar de vliegen afvangt.” Die houding past volgens hem bij de huidige energietransitie, waarin kennisdeling en gezamenlijke ontwikkeling noodzakelijk zijn om tempo te maken.
Plaatsing op het dak
De Makera wordt bij Breman Installatiefabriek geassembleerd, inclusief buitenunit en trillingsdempers. Het verticale transport en de plaatsing op het dak worden uitgevoerd door ketenpartners Vinke Vastbouw en Salverda. De kraanplanning, de sparing in het dak en de bouwkundige afwerking worden afgestemd op de projectfasering. Ook dat vormt een belangrijk verschil met de eerdere dakkap. “Voorheen werden de hijswerkzaamheden door de fabrikant van de dakopstelling uitgevoerd,” aldus Russcher. “Nu hebben we duidelijke hijsvoorschriften en kunnen we het volledig in eigen regie uitvoeren. Dat gaat heel goed. Het is overzichtelijk en praktisch georganiseerd.” Ook logistiek levert dat voordeel op. “De kappen worden just-in-time geleverd. Dat scheelt ruimte op de bouwplaats, die in deze wijk toch al beperkt is.”
Samen verder
Kip en Russcher benadrukken dat juist het gezamenlijke ontwerpproces het verschil maakt. “We hebben niet alleen gekeken naar de installatie, maar naar het hele dakdetail. Als bouwbedrijf wil je dat het bouwkundig klopt. Door dat vooraf samen te doen, voorkom je problemen achteraf,” legt Russcher uit. “De samenwerking gaat gewoon goed,” vat Kip samen. “In een project dat drie jaar loopt, honderden woningen omvat en in bewoonde staat wordt uitgevoerd, is dat geen bijzaak maar een randvoorwaarde.”