De kans is groot dat je de term EPBD IV de laatste tijd vaker hoort. Maar voor veel mensen blijft het nog een wat abstract verhaal. Daarom even een stap terug.
Wat houdt EPBD precies in? EPBD staat voor Energy Performance of Buildings Directive. Het is een Europese richtlijn die bepaalt hoe energiezuinig gebouwen moeten zijn. De vorige versie, EPBD III, is in maart 2020 in Nederland doorgevoerd en draaide vooral om inzicht en eerste verbeteringen. Denk aan het verder uniformeren en betrouwbaarder maken van energielabels, en het stimuleren van zuiniger bouwen en installeren. Maar met EPBD IV wordt het serieuzer.
Europa heeft namelijk een duidelijk doel gesteld: in 2050 moet de gebouwde omgeving (gemiddeld) geen CO₂ meer uitstoten. Dat is een grote opgave. En om dat haalbaar te maken, worden de regels stap voor stap ingevoerd.
- De regels worden stap voor stap aangescherpt richting 2030 en 2050
- 2026 is de eerste stap, maar de échte impact volgt vanaf 2027 en 2030
- Slechte energielabels verdwijnen en eisen voor nieuwbouw worden strenger
- CO₂-uitstoot en energiegebruik bepalen samen hoe een gebouw ‘scoort’
- De focus verschuift van afzonderlijke ingrepen naar sturen op je hele portefeuille
Wil je hier grip op houden? Werk met een CO₂-routekaart en maak bewuste keuzes voor je vastgoed richting 2050.
Europa bepaalt de richting, maar uiteindelijk moeten EU-landen die zelf vertalen naar concrete regels. In Nederland gebeurt dat via onder andere het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Omgevingsregeling (Or). Dat zijn simpel gezegd de plekken waar staat wat je als organisatie echt moet doen bij bouwen, renoveren en beheren.
De invoering van EPBD IV gebeurt in vier stappen (ook wel tranches genoemd). Dat geeft organisaties de tijd om mee te bewegen. Tegelijkertijd is de richting duidelijk: de lat gaat elk jaar verder omhoog.
Sinds 29 mei 2026 zijn de eerste wijzigingen van kracht. Die zijn nog relatief beperkt, maar ze zetten wel duidelijk de toon voor wat komen gaat.
Een van de meest zichtbare veranderingen is het vernieuwde energielabel. Dit label gaat verder dan alleen een letter van A tot G. Het geeft nu veel meer inzicht in hoe een gebouw presteert: hoeveel energie het verbruikt, hoeveel warmte het verliest, hoe goed het geïsoleerd is en welke installaties aanwezig zijn. Daarmee verschuift het label van slechts een verplicht document naar een praktisch hulpmiddel om te bepalen waar je kunt verbeteren.
Daarnaast zie je dat duurzaamheid steeds breder wordt opgepakt. Zo worden bij nieuwbouw en renovaties laadpalen en fietsvoorzieningen steeds vaker verplicht. Dat past bij het grotere plaatje: minder fossiele brandstoffen en meer elektrisch en duurzaam gebruik.
Tegelijkertijd speelt data een steeds grotere rol. Gebouwen worden slimmer en installaties moeten beter inzicht geven in energiegebruik. Dat is nodig om straks gericht te kunnen sturen.
Deze eerste stap voelt misschien nog niet heel ingrijpend, maar legt wel de basis voor de volgende fases.
De echte versnelling komt in de jaren daarna. Vanaf 2027 en 2028 worden nieuwe regels verder uitgewerkt en ingevoerd. Vooral voor nieuwbouw gaan de eisen flink omhoog. Nieuwe gebouwen moeten dan niet alleen energiezuinig zijn, maar ook inzicht geven in hun totale impact op het klimaat. Dat betekent dat er gekeken wordt naar de hele levensduur van een gebouw, van materialen tot gebruik.
Richting 2030 wordt dit nog concreter. Nieuwe gebouwen moeten dan voldoen aan het principe van Zero-Emission Buildings (ZEB). Dat betekent dat ze in gebruik vrijwel geen CO₂ meer uitstoten en een zeer lage energievraag hebben. Daarnaast wordt de totale CO₂-impact over de levensduur (Whole Life Carbon) een belangrijke graadmeter. Niet alleen hoe een gebouw presteert tijdens gebruik telt, maar ook hoe het is gebouwd en welke materialen zijn gebruikt.
Naast deze Europese regels zie je ook nationale maatregelen die dezelfde kant op bewegen. Zo ligt er een voorstel om vanaf 2029 een hybride warmtepomp verplicht te stellen bij vervanging van een cv-ketel. Ook bestaande standaarden, zoals de isolatienormen voor woningen, worden steeds strenger toegepast.
En heel concreet: slechte energielabels verdwijnen stap voor stap. E-, F- en G-labels worden vanaf 2029 uitgefaseerd bij verhuur en vanaf 2040 volgen ook C- en D-labels.
- 2026 – Eerste wijzigingen en vernieuwd energielabel
- 2027–2028 – Nieuwe regels worden verder uitgewerkt en ingevoerd
- 2029 – Slechte labels (E, F, G) worden uitgefaseerd bij verhuur
- 2029 – Voorstel: hybride warmtepomp bij vervanging cv-ketel
- 2030 – Nieuwbouw moet voldoen aan ZEB en sturen op totale CO₂-impact
- 2040 – Ook C en D labels worden uitgefaseerd bij verhuur
- 2050 – De gebouwde omgeving is (gemiddeld) emissievrij
Het begint nu, maar 2030 is eigenlijk de eerste echte deadline.
Al deze stappen werken toe naar één duidelijk einddoel. In 2050 moet de totale gebouwde omgeving emissievrij zijn.
Dat betekent:
- geen CO₂-uitstoot meer
- een zeer lage energievraag
- en zoveel mogelijk gebruik van duurzame energie
Het gaat daarbij niet om elk individueel gebouw, maar om het gemiddelde van de totale voorraad. Samen moet het kloppen.
Voor woningcorporaties en vastgoedbeheerders wordt dit de komende jaren steeds concreter en urgenter. Slechte energielabels moeten versneld worden aangepakt. Tegelijkertijd komt de overstap naar aardgasvrij steeds dichterbij. Dat betekent dat er een grote verduurzamings- en renovatieopgave ligt.
Maar de grootste verandering zit niet alleen in de techniek. Die zit in de manier van denken. Waar verduurzaming nu vaak per gebouw wordt aangepakt, gekoppeld aan onderhoud of renovatie, werkt die aanpak straks niet meer goed genoeg. De vraag verschuift van “wat doen we met dit pand?” naar “welke keuzes maken we voor onze hele portefeuille richting 2050?”
Dit raakt direct aan je MJOP/DMJOP, renovatieplanning en investeringskeuzes. Beslissingen die je vandaag neemt, bepalen of je straks opnieuw moet investeren of niet.
Hoewel veel maatregelen pas later echt verplicht worden, is dit wel het moment om na te denken over de juiste koers. Organisaties die nu al overzicht creëren en sturen op de lange termijn, hebben straks een duidelijke voorsprong. Zij voorkomen dat ze achteraf moeten bijsturen en onnodige kosten maken.
Daarom is het waardevol om te werken met een duidelijke route voor je hele portefeuille richting 2050. Met een CO₂-routekaart maak je inzichtelijk waar je staat, welke stappen nodig zijn en wanneer je die het beste kunt zetten.
EPBD IV is geen verzameling regels op zich, maar een duidelijke beweging in hoe we de gebouwde omgeving verduurzamen. We gaan van afzonderlijke verbeteringen naar een integrale aanpak, van korte termijn naar lange termijn, en van individuele gebouwen naar de totale portefeuille. De regels worden stap voor stap strenger, maar de richting is helder: gebouwen moeten uiteindelijk bijna geen impact meer hebben op het klimaat.
De grote vraag is dus niet óf je moet bewegen, maar hoe je dat slim en op tijd doet. Wil je daar grip op krijgen, dan helpt het om te werken met een duidelijke route voor je hele portefeuille. Met een CO₂-routekaart breng je in beeld waar je staat, welke stappen nodig zijn en wanneer je die het beste zet, zodat je keuzes maakt die vandaag logisch zijn én morgen nog steeds kloppen. Die route begint met inzicht: in de gratis workshop ‘Basiskamp’ krijg je in één dagdeel scherp waar jouw vastgoed nu staat en welke stappen logisch zijn richting 2050.
Vraag de gratis workshop Basiskamp aan en zet de eerste stap naar een concreet verduurzamingsplan.