Het is inmiddels een bekend probleem: het elektriciteitsnet in Nederland zit vol. Ontwikkelaars, gemeenten en bouwbedrijven lopen vast doordat er simpelweg geen ruimte meer is op het net. Nieuwe woningen krijgen geen aansluiting, laadpalen blijven uit en duurzame ambities komen in de knel. Toch moeten we verder. Want de woningbouwopgave is groot én wacht niet.
Vroeger kwamen installateurs pas in beeld als de bouwtekeningen klaar waren en de meeste keuzes al gemaakt. Regelmatig was er daardoor niet genoeg ruimte over voor een goede, duurzame installatie. Of was er onvoldoende nagedacht over innovatieve oplossingen die het ontwerp energiezuiniger of flexibeler hadden kunnen maken. Een werkwijze die voorheen al inefficiënt was, maar in tijden van netcongestie nog problematischer. Slimmer samenwerken is de oplossing. En daarin zien wij, als installatiepartner die zich bezighoudt met de hele levenscyclus van een installatie, een belangrijke rol voor onszelf.
In de Handreiking Netbewuste Gebiedsontwikkeling van HaskoningDHV wordt het ‘de nieuwe standaard’ genoemd dat gemeenten, ontwikkelaars en netbeheerders vanaf het begin samenwerken aan een zogenoemd vermogensbudget. De belangrijkste opdracht in deze samenwerking? Niet meer denken in onbeperkte capaciteit, maar in wat het net aankan. Én hoe je daarbinnen de beste keuzes maakt.
“De keuzes die je in het ontwerp maakt, bepalen straks of een gebied überhaupt aangesloten kan worden,” vertelt Mark Sprenkels, Manager van het Kenniscentrum Energietransitie bij Breman. “Als wij vroeg aan tafel zitten, kunnen we samen met de ontwikkelaar en de netbeheerder kijken wat er wél kan binnen het beschikbare vermogen. Zo helpen we voorkomen dat een project stilvalt.”
Netbewust ontwerpen begint bij de tekentafel. En aan die tafel moeten eigenlijk alle partijen een stoel hebben. Ook de installateur. De oriëntatie van een gebouw, het gekozen warmtesysteem, de mate van isolatie en bijvoorbeeld de laadpalen hebben namelijk direct invloed op het elektriciteitsverbruik van een wijk. Als je daar met elkaar slim over nadenkt in de tekenfase, kan de piekbelasting op het net tot wel 4 procent omlaag. Door bijvoorbeeld zongericht te bouwen, warmte op te slaan of energieverbruik slim te sturen met een EMS (Energy Management System). Breman kan in deze fase al aansluiten als kennispartner op het gebied van installaties. En meedenken over bijvoorbeeld:
- Warmte en koude opwekking en andere duurzame gebouwinstallaties, zoals ventilatie en PV-systemen, die eveneens effect hebben op de netimpact.
- Energieopslag. Bijvoorbeeld in de vorm van zoutbatterijen of collectieve of woninggebonden warmtebuffers.
- Slimme sturing. Advies over hoe je energieverbruik kunt afstemmen op momenten van opwekken. Bijvoorbeeld door warmtepompen en laadpalen automatisch te laten reageren op netbelasting.
Mark vertelt dat het hierbij niet gaat om één slimme oplossing, maar om een optelsom van verschillende keuzes. “Een goed ontwerp zorgt ervoor dat installaties elkaar versterken. Zo haal je meer rendement uit dezelfde infrastructuur, en houd je rekening met het energieverbruik van andere gebruikers.”
Netbewuste gebiedsontwikkeling is een flinke technische puzzel. En daarnaast een uitdaging op het gebied van samenwerken. Gemeenten moeten beleid maken, ontwikkelaars moeten durven sturen op energie, en netbeheerders moeten ruimte bieden aan innovatie. Juist aan dit proces voegt Breman essentiële expertise aan toe: de kennis van hoe een ontwerp zich vertaalt naar realisatie en beheer.
“We kijken verder dan oplevering,” vervolgt Mark. “Een installatie is niet ‘af’ als hij draait. Je moet weten hoe bewoners de systemen gebruiken, hoe onderhoud wordt ingericht, en wat er nodig is om het energieconcept over 20 jaar nog steeds te laten werken.” Deze levenscyclusbenadering van Breman maakt het verschil. We hebben alle expertises in huis om alle fases te overzien. Zo kunnen we risico’s vroegtijdig signaleren en faalkosten voorkomen. En worden niet alleen de installaties toekomstbestendiger, maar het hele project.
De Utrechtse wijk Merwede was een van de eerste projecten waarin gemeente, ontwikkelaars en netbeheerder samen één vermogensbudget vaststelden. De conclusie was al snel duidelijk: deze manier van denken wérkt. Door maatregelen als energieopslag, slim laden en een collectief WKO-systeem is het daar mogelijk om duizenden woningen te bouwen zonder extra netverzwaring.
Ook binnen Breman zien we dit principe steeds vaker terug in onze projecten. Bijvoorbeeld met onze collectieve oplossingen voor de gestapelde bouw, waarbij we energie kunnen opslaan in een combinatie van de gebouwmassa, natriumbatterijen en water. Dit geeft alle vrijheid om de piekbelasting waar nodig te verlagen en de verschuiven.
“Het vraagt om lef,” vertelt Mark. “Je moet bereid zijn om aan de voorkant tijd te investeren in overleg, berekeningen en ontwerpaanpassingen. Maar die investering verdien je dubbel terug in minder vertraging, minder faalkosten en tevreden bewoners.”
Waar netcongestie ooit vooral als belemmering werd gezien, ziet Breman het als kans om de bouwsector slimmer te maken. Want het dwingt iedereen om eerder samen te werken, over disciplines heen. De installateur van morgen denkt niet in leidingen of kabels, maar in energielogica: wat is de beste oplossing voor dit gebied, met dit net, voor de komende dertig jaar?
“Onze keuze is daarom om als Breman al in de adviesfase aan tafel te zitten,” sluit Mark af. “Niet alleen om installaties te ontwerpen, maar om samen met partners te zorgen dat de energietransitie echt haalbaar blijft. Want een toekomstbestendige wijk begint niet bij de aansluiting, maar bij de eerste schets op papier.”
Wil je meer weten over netbewust ontwerpen en hoe Breman jou kan helpen bij energietransitie? Neem contact op met Mark Sprenkels, Manager Kenniscentrum Energietransitie. Samen kijken we naar oplossingen die jouw project toekomstbestendig maken.